Dit is een website van Stimular

Kenniscentrum Duurzaam MKB

Duurzaam Ondernemen loont!

Led-noodverlichting

Beschrijving

Deze maatregel gaat over noodverlichting die altijd aan staat tijdens werktijden en bestaat uit conventionele TL-armaturen met langwerpige fluorescentielampen (TL8) of hoogfrequente fluorescentielampen (TL5). Led-verlichting is zuiniger. Het toepassen van nieuwe armaturen met led-lampen heeft de onderstaande voordelen:

  • toename levensduur van de lamp
  • een snelle inschakeling zonder stroboscopisch effect
  • lager elektriciteitsverbruik
  • lagere onderhoudskosten
  • geen elektriciteitsverbruik bij een defecte lamp (wordt direct uitgeschakeld)
  • trilling- en schokbestendig

Toepasbaarheid

Deze maatregel is toepasbaar bij aanschaf van nieuwe noodverlichting.

Milieuaspecten

De led-armaturen zijn ontworpen voor de led-lamp. Niet alleen het rendement van de lamp, ook het rendement van de armaturen is beter. Met led-verlichting wordt een besparing van 60 tot 80% op het elektriciteitsverbruik voor noodverlichting behaald. Ook hoeven batterijen en de lampen minder vaak vervangen te worden. In een conventioneel noodverlichtingsarmatuur dat continu brandt, moet ieder jaar de batterij en de lichtbron worden vervangen.

Financiële aspecten

De maatregel verdient zich vaak binnen 5 jaar terug en is daarom voor meerdere branches/situaties erkend, maar met verschillende randvoorwaarden. Bekijk de randvoorwaarden op de website van Infomil, tabel 1 (Bedrijfstakken met erkende maatregelen voor energiebesparing), tweede kolom (Bijlage 10): Uittreksel per branche.

Aanvullende informatie

Er wordt onderscheid gemaakt in vier types noodverlichting:

  1. Vluchtwegverlichting: noodverlichting die de vluchtwegen verlicht. Deze armaturen branden alleen bij een stroomstoring.
  2. Vluchtwegaanduiding: noodverlichting armaturen die vluchtwegen en uitgangen voor het verlaten van een gebouw aanduiden. Deze armaturen zijn voorzien van een pictogram en moeten permanent branden. Zie tip Led-vluchtwegaanduiding.
  3. Anti-paniekverlichting: deel van de nood-evacuatieverlichting. Maakt oriëntatie bij stroomuitval mogelijk om de aangegeven vluchtroutes te vinden. Moet aanwezig zijn in ruimtes groter dan 60 m2 waar mensen samen komen, zoals kantines en vergaderzalen. De armaturen branden alleen bij een stroomstoring.
  4. Verlichting van werkplekken met verhoogd risico: noodverlichting die licht geeft voor de veiligheid van personen, betrokken in een mogelijk gevaarlijk proces of een mogelijk gevaarlijke situatie. Denk aan bijvoorbeeld keukens en laboratoria.Er zijn centrale en decentrale noodverlichting systemen. Bij decentraal gevoede noodverlichting is de batterij voor de noodvoeding in de armatuur zelf geplaatst. Bij centrale noodverlichting staat de noodvoeding centraal in het gebouw.

Noodverlichting geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de elektriciteit minimaal 60 minuten verlichting op vloer, traptrede of hellingbaan met een lichtsterkte van ten minste 1 lux. De noodverlichting moet voldoen aan NEN-EN 1838. Het is verplicht om noodverlichting te hebben en goed te onderhouden. Dit is vastgelegd in Bouwbesluit 2012 en Arbowet. Het bouwbesluit (artikel 6.3) schrijft voor wanneer en in welke ruimten noodverlichting aanwezig moet zijn.

Doelmatig beheer en onderhoud (DBO)

Energiezuinige technieken moeten goed beheerd worden om te besparen wat mogelijk is. Daarom heeft de overheid voor alle erkende energiemaatregelen aangegeven welk doelmatig onderhoud en beheer nodig is. Stimular verwacht dat toezichthouders op hoofdlijnen / steekproefsgewijs zullen beoordelen hoe u voldoet aan deze maatregelen. Als op een enkele plek het beheer en onderhoud onvoldoende is, zal dat geen probleem zijn. Als er op meerdere plekken sprake is van achterstallig of onvoldoende beheer en onderhoud, zal de toezichthouder daar waarschijnlijk wel een punt van maken en uw vragen hoe u de DBO-maatregelen beter gaat borgen.

Voor verlichting zijn de DBO-maatregelen:

  • Periodiek schoonmaken van armaturen, lampen, reflectoren en bijhorende schakelingen en regelingen.
  • Tijdig defecte lampen vervagen.
  • Aanpassen van het verlichtingsniveau aan de activiteit. Zie tip Dim verlichting wanneer minder licht nodig is

Bron: Stichting Stimular, Infomil, Kennisbank Energiebesparing en Winst

Geen reacties gevonden
Voeg uw reactie toe

Informatie van leveranciers wordt alleen geplaatst indien voorzien van minstens 1 referentie van toepassing bij een bedrijf.

  • Let op: Website URL zonder "http://" ervoor wordt niet geaccepteerd.

* Uw e-mail en telefoonnummer worden niet getoond op de website.