Beschrijving
Via een ongeïsoleerd plat dak van een gebouw gaat veel warmte verloren. Isoleer platte daken. Wettelijk minimum bij nieuw- en verbouw is een warmteweerstand (Rc) van 2,5 m2K/W. Hiervoor is 8 tot 10 cm dik isolatiemateriaal nodig. Streef naar een warmteweerstand (Rc) van 4,0 m2K/W.
Er zijn twee manieren om een dak te isoleren.
- Warm dak Isolatie aan de bovenkant van de dakconstructie, waarbij de dakafdichting (waterkerende laag) de bovenste laag vormt. Dit wordt een warm dak genoemd. Het aanbrengen van isolatie is gemakkelijk als de waterkerende laag aan vervanging toe is (vanwege slechte kwaliteit). Als isolatiemateriaal wordt zowel polystyreen (PS), PUR, glas- of steenwol gebruikt. Als de waterkerende laag toch al vervangen moet worden (een natuurlijk moment), zijn de meerkosten voor het aanbrengen van isolatie meestal gering. De bovenkant van de waterkerende laag zal circa 8 tot 15 cm hoger komen te liggen. Daarom moet rekening gehouden worden met eventuele meerkosten voor het aanpassen van dakranden (ofwel boeiborden) en het aanpassen van de loketten (meestal de loden aansluiting tussen een plat dak en een muur)
- Omgekeerd dak Isolatie aan de bovenkant van de dakconstructie en de dakafdichting, waarbij het isolatiemateriaal de laatste laag vormt.Dit wordt een omgekeerd dak genoemd. Deze vorm is gemakkelijk bij een bestaand dak dat nog niet aan vervanging toe is. Indien een ballastlaag (onder andere ter vookoming van het wegwaaien van het materiaal) aanwezig is, zal deze tijdelijk moeten worden verwijderd (let op: het is niet verstandig om de ballastlaag op één plek op het dak te stapelen, in verband met de maximale belasting van het dak!). Hiervoor is slechts het isolatiemateriaal geëxtrudeerd polystyreen geschikt. Dit isolatiemateriaal zal, zelfs als het langdurig in een plas water ligt, geen vocht opnemen. Directe zonbestraling zal dit materiaal op den duur verpulveren, daarom is de beschermende ballastlaag van groot belang. Bij het aanbrengen van dit isolatiemateriaal op een bestaand dak, wordt vaak de laatste circa 20 cm vanaf de dakrand niet geïsoleerd om voldoende waterafvoergoot te realiseren.
Het aanbrengen van isolatie onder de dakconstructie (koud dak) wordt afgeraden. In elk gebouw wordt door mensen, planten, schoonmaak en soms ook door bepaalde productieprocessen vocht geproduceerd. Dit vocht is in dampvorm in de lucht aanwezig en condenseert in een koud dak. Hier kan het vocht schimmel, verrotting en druppelvorming veroorzaken.
Toepasbaarheid
De maatregel is zinvol bij daken van verwarmde of gekoelde ruimten.
Uitvoeren bij nieuwbouw, renovatie of vervanging van de dakbedekking.
Vraag bij het aanbrengen van dakisolatie uw aannemer, installateur of bouwtechnisch adviseur om bouwfysisch advies.
Milieu aspecten
In de winter is het warmteverlies kleiner en in de zomer komt er minder warmte het gebouw binnen (waardoor minder koeling nodig is). Bijkomend voordeel is dat de isolatielaag omgevingsgeluiden absorbeert.
Voor beide constructies is de besparing afhankelijk van de mate van ruimte verwarming 5 tot 15 m3 aardgas per m2 dak per jaar, naar schatting 5 tot 15% van het aardgasverbruik.
- Voor het vorstvrij houden van een ruimte is de besparing 1 tot 2 m3 per m2 dak per jaar.
- Voor een verwarmde werkplaats 4 tot 6 m3.
- Voor een kantoorruimte 5 tot 10 m3.
- Voor een ruimte met lange gebruikstijden (zorg, hotel, horeca) 5 tot 15 m3.
Financiële aspecten
De meerkosten voor het aanbrengen van isolatie bij een natuurlijk moment (vervangen van de dakbedekking) bedragen EUR 10 tot EUR 40 per m2 dak. Dit geldt eveneens voor het aanleggen van een omgekeerd dak. De terugverdientijd is 2 tot 8 jaar in gebouwen met gebruikstijden van zo’n 9 uur per dag (bijv. kantoren, detailhandel, garages en autoschadeherstel, opslag en transport) en 2 tot 5 jaar in gebouwen met veel langere gebruikstijden (bijv. zorginstellingen, hotels en horeca).
(Dak)isolatie in bestaande gebouwen staat op de energielijst 2011 (code 210403) en komt daarom, onder voorwaarden, in aanmerking voor Energie Investerings Aftrek (EIA). Dit betekent dat u een extra bedrag ter grootte van 41,5%(2011) van het investeringsbedrag ten laste mag brengen van de winst. Zie voor meer informatie www.agentschapnl.nl/eia.
Bron: Stichting Stimular, Energiecentrum, Infomil
|