Dit is een website van Stimular

Kenniscentrum Duurzaam MKB

Duurzaam Ondernemen loont!

Kleine windmolen

Beschrijving

Kleine windturbines zijn turbines met een tiphoogte tot maximaal 15 meter en een relatief klein vermogen (max 20kW). Je plaatst de kleine turbine op of bij het bedrijfsgebouw. Off-grid of aan de kust is financieel het interessants. Kleine windturbines maken duidelijk zichtbaar dat je aan duurzame energie werkt. Echter, kleine windmolens leveren vaak onvoldoende energie, om 1) de turbine rendabel te laten zijn en 2) de energie van de productie uit te wegen. Om bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van kleine windmolens, kan je er desondanks toch voor kiezen een kleine windmolen te plaatsen (als niemand ze gebruikt, worden ze ook niet beter).

De belangrijkste redenen om een kleine windturbine te plaatsen zijn:

  • Duurzame elektriciteit opwekken.
  • Duidelijk zichtbaar maken dat bedrijf met duurzame energie werkt.
  • Bij willen dragen aan de verdere ontwikkeling van kleine windmolens (als niemand ze gebruikt, worden ze ook niet beter).

Als nadelen worden vaak genoemd:

  • Opbrengst (in kWh) vaak laag: draagt nauwelijks bij aan verduurzaming van het elektriciteitsverbruik van een bedrijf / organisatie.
  • Slechte verhouding tussen elektriciteitsopbrengst en energie die nodig is voor de productie van de windmolen.
  • Lange terugverdientijd, vaak zelfs langer dan de levensduur.

Toepasbaarheid

In sommige gemeenten mag je wel een kleine windmolen plaatsen, in andere niet. Ook zijn er verschillen tussen plaatsing in de bebouwde kom en plaatsing in het buitengebied. Informeer van tevoren. Meestal is een bouw- en milieuvergunning nodig en staat een gemeente windmolens met een hoogte tot 10 meter toe.

Het is van belang dat de turbine zich boven de turbulente laag bevindt. Zorg er voor dat:

  • De windturbine het hoogste punt is in een omtrek van minimaal 100 meter.
  • Er op grotere afstand geen grote obstakels aan de zuidwest- tot noordwestkant staan.
  • Er bij plaatsing op een paal voldoende rekening wordt gehouden met de voet.

De beste locaties voor een windturbine zijn:

  • In stedelijk gebied: op het dak van een (hoog) gebouw, (bij voorkeur) hoger dan 20 meter en type verticale as (zie aanvullende informatie verderop).
  • In het open veld: op of naast een pand, bijvoorbeeld van een agrarisch bedrijf.
  • Aan de kust: op of naast bijvoorbeeld een havengebouw of de dijk.
  • Off-shore: op bijvoorbeeld drijvende platforms, waar geen vaste stroomaansluiting is.

Milieuaspecten

Je wekt zelf duurzame elektriciteit op. Dit voorkomt emissies, zoals broeikasgassen en fijnstof, welke uitgestoten worden bij elektriciteitsopwekking met fossiele brandstoffen. Let wel, het is belangrijk dat de energieopbrengst in de gebruiksfase hoog genoeg is om te zorgen voor een netto-milieuwinst. Houd er rekening mee dat met een halvering van de afmeting van een windmolen de energieopbrengst een kwart wordt.

Op andere milieuaspecten scoren kleine windturbines relatief goed in vergelijking met conventionele turbines. Er is minder visuele verstoring, een kleiner risicogebied, minder overlast voor dieren en minder geluidsoverlast. Geluidsproductie kan een probleem zijn bij kleine modellen met een traditioneel design (horizontale as), hier kan een (hoge) zoem aanwezig zijn.

Financiële aspecten

In het algemeen zijn zonnepanelen rendabeler dan kleine windturbines. Kleine windturbines worden daarom vooral in specifieke situaties ingezet, zoals off-grid. Laat een offerte mét opbrengstberekening opstellen die rekening houdt met uw specifieke locatie.

Volgens de testresultaten van het testpark voor kleine windmolen in het Zeeuwse Schoondijke hebben kleine windmolens zonder subsidie een terugverdientijd van meer dan 20 jaar bij een terugleververgoeding van € 0,22 per kWh. In de stedelijke omgeving is de rendabiliteit naar verwachting nog lager. Leveranciers en praktijkvoorbeelden op andere locaties schatten de opbrengsten en terugverdientijd voordeliger in. In de toekomst worden de kosten van de kleine turbine waarschijnlijk lager en de opbrengsten hoger door meer onderzoek en productie op grotere schaal.

De onderhoudskosten zijn laag (alleen visuele controle en eventueel smeren).

De aanschafprijzen van de verschillende modellen kunnen variëren van € 2.000 voor een kleine turbine van 400 Watt, tot enkele tienduizenden euro’s voor modellen boven de 5 kW (inclusief montage). Omdat sommige modellen slechter presteerden dan voorspeld, zijn er in dit veld al veel spelers verdwenen. Houd daar rekening mee bij keuze van leverancier en model. Check ook de garanties; meestal wordt een garantie van vijf jaar gegeven.

Deze maatregel komt in aanmerking voor de subsidie Stimulering Duurzame Energie (SDE+). SDE+ vergoedt het verschil tussen de kostprijs van de duurzame energie en de kostprijs van grijze stroom. Het subsidiebedrag wordt jaarlijks aangepast en de vergoeding is afhankelijk van de locatie. De subsidie heeft een looptijd van meerdere jaren. Bedrijven en non-profit instellingen komen in aanmerking. Zie voor meer informatie www.RVO.nl/sde www.RVO.nl/sde.

Aanvullende informatie

Verschillende types kleine windturbines
Er zijn veel verschillende types kleine windturbines op de markt, met verschillende bijbehorende eigenschappen (zoals energieopbrengst en geluidsproductie). De turbines zijn grofweg in te delen in windmolens met een horizontale as (HAT) en windmolens met een verticale as (VAT). Windmolens met een horizontale as zijn een kleine variant op de conventionele grote windturbine. Windturbines met een verticale as zijn er in twee vormen: Savonius en Darrius. De Savonius gaat uit van het weerstandsprincipe waarbij de wind de wieken wegduwt, de Darius van het liftprincipe waarbij het bladprofiel zorgt dat de bladen sneller draaien dan de wind. De Savonius-typen werken met bolvormige rotorbladen. Er bestaan ook combinaties van de verschillende typen turbines, zoals de horizontale plaatsing van de Savonius.

VATs van het type Savonius hebben een geringe draaisnelheid en produceren weinig geluid, maar hebben ook een laag rendement. De Darrius-typen hebben met hun hogere draaisnelheid een hoger rendement. Hierdoor produceren ze afhankelijk van de vorm van de wieken wel meer geluid. De meeste geluidsproblemen spelen echter bij de HATs als gevolg van het slaan van de wieken.

Voor een windturbine op het dak, is een verticale as de beste optie. In de bebouwde kom wisselen de windrichting en de windsterkte vaak. Een windturbine met een horizontale as moet met deze windrichting meedraaien. Een windturbine met een verticale as wekt bij iedere windrichting en windsnelheid tussen de 1,5 en de 45 m/s stroom op. Houd wel rekening met mogelijke geluidsproductie.


Bron: Wikimedia. HAWT = horizontale as (wind)turbine (HAT), VAWT = verticale as (wind)turbine (VAT)


Bronnen: Agentschap NL, meerdere leveranciers, “Stichting Stimular”:http://www.stimular.nl

Naam: Datum: 31 August 2015 Ander gebruik van windmolens bij Sauer Polymer

Bruno Sauer, de grootste aandeelhouder van het Duitse Sauer Polymer Technology is een pionier op het gebied van energie efficiency. Al in 2002 bouwde hij een van de eerste fabrieken zonder centrale verwarming. De warmte die bij de productie van plastic vrijkomt, is meer dan voldoende voor het verwarmen van de productiehal. Om ook de overgebleven warmte niet te verspillen, besloot Sauer nog een stap verder te gaan en hiermee elektriciteit te genereren. Samen met Colt werd een ingenieuze oplossing ontwikkeld: de Chimney Dynamo (schoorsteendynamo).

De schoorsteendynamo is bij Sauer Polymer geïnstalleerd in een hoogbouwmagazijn. De ventilatieopeningen in het lage gedeelte van de schoorsteen zorgen in de zomer voor voldoende luchtcirculatie. Warmtewisselaars die boven de luchttoevoer zijn geplaatst, koelen de hete lucht uit de productieruimte. Buitenlucht wordt in het koelwatercircuit verwarmd en stijgt op in de schoorsteen. Boven in de schoorsteen zijn windturbines geplaatst die door de opstijgende lucht worden aangedreven en elektriciteit produceren. In de winter wordt een deel van de warmte-energie teruggewonnen en gebruikt om de productiehal te verwarmen.

De energiebesparing bij Sauer Polymer is zo hoog dat het systeem zich binnen 2,3 jaar terugbetaalt. Waar de afwezigheid van centrale verwarming de fabriek al 100.000 euro per jaar bespaarde, zorgt de schoorsteendynamo ook nog eens voor een besparing van 67.000 euro per jaar door gebruik te maken van adiabatische koeling. Daar bovenop komt een jaarlijkse besparing (tussen de 60.000 en 230.000 euro) dankzij de elektriciteit die de dynamo opwekt.Zo maakt de schoorsteendynamo een einde aan de verspilling. Van restwarmte, energie en euro’s!

Bron: Colt
Voeg uw reactie toe

Informatie van leveranciers wordt alleen geplaatst indien voorzien van minstens 1 referentie van toepassing bij een bedrijf.

  • Let op: Website URL zonder "http://" ervoor wordt niet geaccepteerd.

* Uw e-mail en telefoonnummer worden niet getoond op de website.