Isoleer zoldervloer
|
||||||
BeschrijvingSchuine daken van oude gebouwen zijn vaak niet geïsoleerd. Door het aanbrengen van isolatie kan onnodig warmteverlies worden voorkomen.Bij schuine daken kunt u ook de zoldervloer isoleren in plaats van het dak. Als u de ruimte onder een schuin dak niet gebruikt als verblijfsruimte, isoleer dan de vloer van de zolder. Voordelen:
Wettelijk minimum bij nieuw- en verbouw is een warmteweerstand (Rc) van 2,5 m2K/W. Hiervoor is 8 tot 10 cm dik isolatiemateriaal nodig. Streef naar een warmteweerstand (Rc) van 4,0 m2K/W. De isolatie kan zeer eenvoudig en goedkoop worden aangebracht door het uitrollen van isolatiedekens. Een eventuele dampdichte laag dient aan de warme zijde van het isolatiemateriaal te zitten, in dit geval dus de onderkant van de isolatielaag. ToepasbaarheidDeze maatregel is specifiek van toepassing op onverwarmde en ongeïsoleerde zolders. Als de zolder wel wordt verwarmd, bekijk dan de tip Isoleer schuin dak. Vraag bij het aanbrengen van dakisolatie uw aannemer, installateur of bouwtechnisch adviseur om bouwfysisch advies. Milieu aspectenIn de winter is het warmteverlies kleiner en in de zomer komt er minder warmte het gebouw binnen. Bijkomend voordeel is dat de isolatielaag omgevingsgeluiden absorbeert. De besparing bedraagt circa 10 m3 aardgas per m2 zoldervloer. Financiële aspectenHet uitrollen van isolatiemateriaal kan eenvoudig zelf worden uitgevoerd. De kosten bedragen € 3 tot € 8 per m2. De gemiddelde terugverdientijd is minder dan 1 jaar. Op de website van Milieucentraal staat een rekenmodel waarmee de terugverdientijd van het (laten) isoleren van de binnenkant van een schuin dak of een zoldervloer kan worden berekend. (Dak)isolatie in bestaande gebouwen staat op de energielijst 2011 (code 210403) en komt daarom, onder voorwaarden, in aanmerking voor Energie Investerings Aftrek (EIA). Dit betekent dat u een extra bedrag ter grootte van 41,5%(2011) van het investeringsbedrag ten laste mag brengen van de winst. Zie voor meer informatie www.agentschapnl.nl/eia. Bron: Stichting Stimular / Energiecentrum / Infomil |
||||||